Yutaka Matsuzawa is in feite de vijftiende kunstenaar op de tentoonstelling. We ontdekten dit kunstenaarsboekje, getiteld Catechism Art, met daarin negen teksten in de vorm van negen gedichten, in de bibliotheek van De Appel,– als het ware op de valreep, vlak voor de opening van de tentoonstelling op vrijdag 26 september 2014 (vandaar dat deze introductie niet meer is opgenomen in de bezoekersgids).
De Japanse kunstenaar Yutaka Matsuzawa (1922-2006) hoort bij een 'groep' van sixties kunstenaars die in hun werk de geestverruiming van het Conceptualisme met de zinnenbetovering van de Psychedelia wisten te verbinden. Het gaat hier o.m. om Walter De Maria (die in de expositie opgenomen is), Alighiero e Boetti, James Lee Byars, Boyle Family (ook in de expositie opgenomen) en dus Yutaka Matsuzawa. Het werk van deze kunstenaars is doordrongen van psychedelische én conceptuele elementen terwijl het zich tegelijkertijd, qua vorm en voorkomen, onttrekt aan het standaard beeld.
Matzusawa's werken hebben het aanzien van Conceptual Art ('droge' tekst die een filosofisch beeld wil oproepen), maar ze creëren een dramatische vluchtlijn uit de dagelijkse ervaring. In zijn publicatie Catechism Art staat op elke pagina een korte tekst, die onmiddelijk een sterk en raadselachtig beeld oproept, een beeld dat op zijn beurt doet denken aan 'n gedicht in de lijn van de oosterse Zen-filosofie, een traditie die als 't ware de dood en het niets in het 'nu' wil grijpen en vast pakken.
Het werk van Yutaka Matsuzawa werd in Nederland geëxposeerd door galerie Art & Project. In 1970 publiceerde A. van Ravesteijn, een van de twee oprichters, een tekst over de kunstenaar die hij in Japan bezocht, in Museumjournaal. Dit is als het ware een live uitgebracht verslag van de opening van een kort durende, door Matsuzawa samengestelde expositie, waarvoor kunstenaars uit Japan, de V.S. en Europa per post kleine items hadden opgestuurd: foto's, lichtdrukken, tapes, films, tekeningen, tekst enz.,- alsook een biografie en een introductie op het werk. Deze expositie heet Nirvana, ze streeft 'toward the final art', en ze heeft als onderschrift 'Abandon/the whole heartened devotion to substance/which is erroneous (...).'
Onderwerp van de groepsexpositie Nirvana is dus de verdwijning van de kunst. De vorm van de expositie weerspiegelde dit: 'Woensdag 12 augustus 1970 was de hele tweede verdieping van het Kyoto Municipal Museum of Art hiervoor gereserveerd; 13 augustus de helft van de verdieping, en 14 augustus -de laatste dag van de tentoonstelling- nog maar één zaaltje. Matsuzawa: 'exhibition space is getting smaller every day and at last vanishes'.' (A. v. Ravesteijn, 'Over Yutaka Matsuzawa en de tentoonstelling Nirvana', Museumjournaal 15/5 (1970), p. 256.)
Adriaan van Ravesteijn beschrijft het werk van Matsuzawa als de reflectie van deze kunstenaar over 'ku-ge-kan' (de lege ruimte) of 'mu' (niets), begrippen uit de Japanse zen-filosofie. Cruciaal in deze denkwijze is het doorbreken van gewone (denk)patronen. Traditioneel gebruikt het zenboeddhisme bv. de koan: een door de zenmeester gekozen verhaal, dialoog of vraagstuk waarmee een jonge, pas in het klooster ingetreden monnik afscheid neemt van de wereld, van zijn ouders en vertrouwde omgeving, en waarmee hij uitgedaagd wordt om inzicht te krijgen in de werking van zijn geest, en om de confrontatie met zijn geest aan te gaan.
Ook Matsuzawa is uit op deconditionering, hij slaat de gewone referentiekaders stuk. Zijn solo-expositie in de Naika Gallery te Tokyo in 1965 geeft hij als titel:
Verdrinking van een geheim lichaam in het niets en in een woeste vlakte!
De dood en de voorstelling van de dood in onze eigen geest is een onderwerp dat Matsuzawa in verschillende werken onderzoekt. Op de 10de Tokyo Biënnale van 1970 stelt hij zijn dood tentoon in een lege zaal met recht boven de toegangen tekstborden:
Mijn eigen dood (schilderingen die alleen in tijd bestaan).
Wanneer u rustig door deze zaal loopt, gaat mijn eigen dood als een lichtflits door uw gedachten. Dat is mijn toekomstige eigen dood die niet alleen gelijk is aan uw eigen toekomstige dood maar ook aan de dood van honderd en honderd millioen menselijke wezens in het verleden en aan die van duizend triljoen menselijke wezens in de toekomst.
In 1971, op het 'Japan Art Festival' in het Guggenheim Museum te New York, volgt er een andere versie:
Mijn eigen dood (schilderingen die alleen in tijd bestaan).
Nu bied ik iedereen die hier langs komt mijn toekomstige dood aan. Op datzelfde ogenblik trek ik, in een spelonk op een hoogvlakte in Midden-Japan, uw beide harten diep uit uw borst en laat ik ze vliegen in de melkwitte mist die daar veel voorkomt.

