nieuws
Curator statement Mark Kremer
16 Sep 2014
Hugo Canoilas, 'Nomadische Werken', 2014
Hugo Canoilas, 'Nomadische Werken', 2014

Between thought and expression lies a lifetime
–The Velvet Underground, Some Kinda Love

Kunst maakt haar eigen tijd; een goed werk slecht de grenzen van ruimte en tijd. Zo voert een enkele strofe uit de song Some Kinda Love, geschreven en gezongen door Lou Reed in 1968 en in 1969 uitgebracht door The Velvet Underground (op hun derde en gelijknamige plaat), ons vandaag in een mum naar de sfeer van de sixties; sterker nog naar de jaren vijftig en het opwindende en verwarrende gevoel van ontworteling dat zo mooi bezongen werd door de beat poets; dat levensgevoel klinkt namelijk in dit lied door. 

Maar daarmee komt deze muziek van de 'Velvets' tegelijkertijd dichtbij een sentiment dat in diezelfde periode, die van de na-oorlogse Wederopbouw, in Europa een zeer radicale stem vond in de existentieel-artistieke teksten en (non-)kunst van de dichter-kunstenaars uit de Situationist International, een internationale organisatie van sociaal revolutionairen met Parijs als basis. De situationisten waren uit op ontregeling, ze kwamen in opstand tegen een maatschappij die kapitalisme en materialisme omhelsde, en joegen persoonlijke vrijheid na. Een situationistisch archetype: kameraden die in 't holst van de nacht door de straten van de stad zwerven; al rokend, pratend, drinkend. Dit beeld symboliseert uiteraard onze eeuwige zoektocht naar de kern van het bestaan. Maar het is ook een kunstwerk dat het raam openzet, een soort performance in de geest van fluxus: een vrolijk gezelschap tekent wandelend 'vrije figuren' in de uitgestrektheid van de nacht. Stilte en duisternis scherpen de geest en omzwachtelen de naar de fix dorstende zintuigen.

Juist de twee kunstcomplexen die wij vandaag vrijwel identificeren met de jaren zestig bespeelden zintuigen en geest: Psychedelia en Conceptualisme. De twee complexen hebben indrukwekkende sporen uitgezet die tot in de kunst van nu traceerbaar zijn. Het lijkt mij de moeite waard om na te gaan waar deze sporen elkaar kruisen in de sixties en later; dat is een van de inzetten van deze expositie.

De huidige kunstcanon bemoeilijkt echter zo'n operatie. Conceptualisme voert de canon aan, maar Psychedelia wordt er vrijwel niet genoemd. Hoe komt dat? Psychedelia is een suspect begrip door de associatie met drugsgebruik. Maar er speelt nog iets anders, er is een diepere reden. De negatieve beeldvorming rond Psychedelia valt samen met een blinde vlek van de westerse moderniteit: dédain voor het irrationele. Dat gegeven werkt door in de canon, waarin een opvatting heerst dat kunst die de zinnen bedwelmt altijd minder betekenisvol is dan kunst die het denken versterkt. In die opvatting moet kunst valse maskers afrukken; zij mag beslist niet zelf een masker opzetten. Deze kunsthistorische reflex, het tegen elkaar uitspelen van kunstbewegingen, is sluw beschreven door Frank Reijnders (Metamorfose van de barok, Amsterdam: Duizend en Een, 1991). De kunsthistoricus stelt dat ware kunst altijd een tegenbeeld behoeft dat haar als een boosaardige en valse schaduw achtervolgt. De aanblik van de schaduw doet de kunst weliswaar huiveren en twijfelen over haar identiteit, maar versterkt die eveneens; het houdt haar scherp.

Het beeld van sixties kunst en haar artistieke formaties is de laatste tijd verdiept en genuanceerd in diverse onderzoeken en tentoonstellingen. We beseffen thans dat het Conceptualisme ook romantische trekken had (dit was de stelling van de expositie Romantic Conceptualism, in 2007 gemaakt door Jörg Heiser). En recent is er meer materiaal in beeld dat de maatschappij-kritiek van de Psychedelia belicht (bijv. Reflections from Damaged Life. An exhibition on psychedelia [Raven Row, London, 2013], een tentoonstelling samengesteld door Lars Bang Larsen), alsmede materiaal dat wijst op het onderzoek naar de brein-zintuigen samenwerking binnen dit kunstcomplex. Psychedelia is ook een kunst die werkte met bewuste zintuiglijke vervoering; Conceptualisme is een kunst die de geest betoverde en confronteerde met de limieten van het denken.

De tentoonstelling When elephants come marching in: Echo's van de Sixties in de Kunst van Nu brengt kunstwerken samen van 14 kunstenaars, waarin allerlei themata uit de jaren zestig resoneren. De werken geven aanleiding om stil te staan bij iconische fenomenen (provo, Summer of Love, de lsd-drugscultuur), historische episodes (Parijs '68), en kunsthistorische formaties (Op Art, Psychedelia, Conceptualisme) die het huidige beeld van de sixties bepalen. Veel van deze themata representeren hele 'werelden'. Hiermee opent de tentoonstelling een grote inhoudelijke bandbreedte, en als curator zie ik dat als een belangrijk decor waarin de werken, waarvan een groot aantal in 2014 speciaal voor de gelegenheid gemaakt is, hun eigen verhaal vertellen. De titel van de tentoonstelling verwijst naar Walter De Maria's Project for Hannover (1970), een onuitgevoerd kunstvoorstel waarin hij opperde om 100 Afrikaanse olifanten over land naar Duitsland te vervoeren, en ze daar onder te brengen in stukken van de stad met speciaal aangelegde paden.

De ontwikkeling van de tentoonstelling heeft veel te danken aan gesprekken met de kunstenaars, en zij werd verder aangevuurd door een idee over de (mogelijke) verwantschap van Psychedelia en Conceptualisme, dat ontstond in een door mij geleide research workshop op het Dutch Art Institute (2008-2009 en 2009-2010), met wetenschapsfilosoof John Heymans als side-kick.

Stelling: Psychedelia en Conceptualisme waren twee kunstcomplexen die in de sixties, anders dan wat de canon van vandaag ons vertelt, dichtbij elkaar stonden en soms in elkaar grepen. Deze wisselwerking tussen Psychedelia en Conceptualisme vormde een bron waaraan belangrijke kunst ontsprong. Met als terugkerende elementen: een emancipatorische impuls, een drang tot bevrijding van kunst en lichaam uit knellende instituties; intensivering van ervaringen van tijd/ruimte; en een herijking van elementaire bouwstenen: Psychedelia maakte lijnen, kleur en vorm vloeibaar (vloeistofprojecties!); Conceptualisme sloopte en zuiverde het beeld en verving het door taal, maten, nummers, tijdsaanduidingen. In de sixties groeit het besef dat elk mens beschikt over een enorm potentieel dat tot bloei kan komen, en de kunst ontsluit dit vermogen: zij opent de poort tot het denken en voelen. Soms zien we hier verrassende overeenkomsten tussen werken die het bewustzijn versterken door zintuiglijke vervoering (extase), en werken die het bewustzijn opschonen door zintuiglijke onthouding (ascese).

Ik geloof dat er veel voor te zeggen is om Lucy Lippard's bekende adagium over het Conceptualisme en zijn focus op the dematerialization of the art object uit te breiden tot de Psychedelia. Ook bij Psychedelia gaat het vooral om geestelijk goed, om de mogelijkheid van verandering en transformatie, belichaamd in een kunstwerk dat ons als het ware de weg wijst. Maar voor werkelijke verandering moeten ook offers worden gebracht. De hippies hadden hier uitgesproken ideeën over. Time Magazine berichtte in 1967: 'One East Coast hippie recently held a "funeral" for his former self. "You must follow the river inside you to its source", he said, "and then out again." Dat is een uitspraak over de rijkdom van het innerlijk: voor een ieder is er een persoonlijke weg waarop je jezelf kan ontdekken, zij het niet nadat je jezelf ook verloren hebt.

Mark Kremer

--Psychedelia: artistiek complex dat deel is van de maatschappelijke counter culture van de jaren zestig, en gedreven wordt door een emancipatorische impuls. In de kunst vertaalt zich dat in een esthetica waarin transformatie van materiaal de mogelijkheid van bevrijding symboliseert. Haar bekendste exponent Psychedelic Art lijkt vooral de ervaring voortkomend uit drugsgebruik te illustreren –zie het standaardwerk van Masters & Houston, Psychedelic Art (London: Balance House, 1968)– een eenzijdig fenomeen. Psychedelia als kunst is in mijn visie meer, het is ook een kritiek op de drang naar bewustzijnsverruiming en een onderzoek naar fysieke overgave.

--Conceptualisme: artistiek complex uit de sixties, met als centrale component een intellectuele of poëtisch-dadaïstische kritiek op het beeld-als-voorstelling, dat wordt afgebroken en dan met nieuwe middelen (taal!) wordt heropgebouwd. De bekende term Conceptual Art slaat vooral op Anglo-Amerikaanse kunstontwikkelingen. Ik gebruik de term Conceptualisme; deze omvat nl. ook kunstontwikkelingen in andere delen van de wereld, zoals Zuid-Amerika en Oost-Europa.

"Een korte lijst van belangrijke tentoonstellingen:

Summer of Love: Art of the Psychedelic Era (Tate Liverpool, 2005 plus following stops), 
Romantic Conceptualism (Kunsthalle Nürnberg, BAWAG P.S.K. Contemporary, Vienna, 2007),
Op Art (Schirn Kunsthalle Frankfurt, 2007), 
In & Out of Amsterdam: Travels in Conceptual Art, 1960-1976 (MOMA, New York, 2009), 
Reflections from Damaged Life. An exhibition on psychedelia (Raven Row, London, 2013),
Soviet Hippies: The Psychedelic Underground of 1970s Estonia (National Museum of Estonia, Tartu 2013 plus following stops),
Genuine Conceptualism (Herbert Foundation, Ghent, 2014)."